Baku

Rubriek: BLOG | Geplaatst: 24-05-2012

Deze week is het mediacircus neergestreken in Baku. Voor het songfestival zit ik zaterdag voor de buis. Ook als Nederland voor de zoveelste keer weer niet de finale haalt. Sinds Myriam in 1977 met het aanstekelijke ‘l’oiseau et l’enfant’ won, ben ik een fan van de liedjescompetitie. En als componist ben ik een kenner. De juiste opbouw, een pakkend refrein, vlak voor het eind een bevrijdende modulatie, een allesomvattend slotakkoord. En dat binnen drie minuten. Ik meen te weten wat de gouden formule is. Daarom heb ik een paar keer een poging gewaagd zo’n euroknaller te schrijven. Ik herinner mij een disco-achtig nummer over Atlantis. Een geniaal nummer, al zeg ik het zelf. Maar waarschijnlijk was de tekst te moeilijk of de akkoorden te geraffineerd, want het nummer wist de nationale voorronde niet te bereiken. En zo ben ik altijd toeschouwer gebleven. Maar nooit alleen en allesbehalve zielig. Songfestival betekende vrienden over de vloer, veel bubbels en knabbels, iedereen pen en papier op schoot om punten te geven voor de lelijkste jurk of het lekkerste kontje. De liedjes zijn het voorspel tot waar het eigenlijk om draait: de jurering. Dan blijkt weer hoe Europa als een lappendeken aan elkaar hangt en dat de Grieken ondanks financiële steun uit het noorden Cyprus toch weer ‘douze points’ zullen geven. Een ouderwets avondje televisieamusement, ook al vraag je je na afloop vaak af waarom je naar die onzin hebt gekeken. Gelukkig vergeet je de meeste liedjes meteen weer. Het is als een Big Mac. Niet goed, maar wel lekker.
En daarom ga ik zaterdag weer kijken. En al helemaal omdat het in Baku is. Ik bezocht de stad in 1990 als radiojournalist. Niks mediacircus. We waren de eerste buitenlandse journalisten sinds tijden. Vanwege niet functionerende telefoonlijnen was het niet gelukt om interviewafspraken te maken. Geen nood. We werden overal met open armen ontvangen. Om de president te spreken meldden we ons bij de poort van het spuuglelijke presidentiële paleis. Even later konden we naar binnen en werden we ontvangen. President Moetalibov scheen alle tijd te hebben en we konden vragen wat we wilden. In de hoek van de zaal stond een groepje mannen mee te luisteren. Hoge ambtenaren, veiligheidsfunctionarissen. Geen idee. De volgende dag stonden onze namen op de voorpagina van de krant. Een groot artikel over drie kolommen waarin te lezen was welke vragen we de president had gesteld en dat deze geheel naar tevredenheid van de Nederlandse journalisten had geantwoord. Met Azerbeidjan was toen al van alles mis. Geen woord over de kritische vragen die we natuurlijk ook hadden gesteld. Zo gaat het zaterdag ook. Een gelikt filmpje van Baku, een stad vol lachende mensen. Eén avond feest. Eén grote façade. En het mediacircus trekt weer verder.