Komt een man bij de dokter

Rubriek: BLOG | Geplaatst: 11-07-2012

‘Lumbago’, zei mijn vrouw. ‘Je hebt Lumbago.’
Lumbago is het franse woord voor spit. Ik had inderdaad spit. En niet zo’n beetje ook. Gisteren, na het tennis, was het erin geschoten. Bij het verlaten van de baan of bij het instappen van de auto. Hoe suf kan een mens zijn? Het zal wel iets met ouderdom te maken hebben. Of onhandigheid. Of een combinatie van beide.
‘Lumsoga?’ vroeg ik voor de zekerheid.
‘Nee, Lumbago.’
Ik herhaalde het woord een paar keer. Sommige franse woorden willen er op de een of andere manier bij mij maar niet ingaan. Lumbago is zo’n geval. Maar nu had ik spit, net als verleden jaar, en toen had de vervangster van de dokter mij zo’n geweldige spuit gegeven waardoor ik binnen een week weer de oude was. Lumsago. O nee, Lumbago. Terwijl ik naar de garage strompelde, herhaalde ik het woord. Wij hebben zo’n arts waar je maar beter zelf kunt zeggen wat je mankeert. Eigenlijk gaan wij er alleen langs als we medicijnen nodig hebben. En nu wilde ik zo’n wonderspuit.
Onderweg naar de huisarts zei ik het woord voortdurend hardop. Suloga, Boluga? Ik wist het al niet meer. En de slechte weg wilde ook niet helpen. Bij ieder oneffenheid trok er een pijnscheut door mijn rug. Als een wrak arriveerde ik bij de huisarts.
‘Wat heeft u?’ vroeg hij.
‘Beluga,’ antwoordde ik.
‘Dat is kaviaar.’ Hij lachte. ‘Volgens mij heeft u lumbago.’
Gelukkig is onze huisarts niet onintelligent. Veel Fransen begrijpen je al niet meer als je ook maar één letter van een woord verandert. Volgens mij is het onwil. Moeten die buitenlanders maar hun best doen om foutloos Frans te spreken. Iets waar ik ze geen ongelijk in geef.
‘Hoe is het gebeurd?’ vroeg de huisarts.
Ik probeerde het uit te leggen. In mijn beste Frans. Soms praat ik een aardig mondje Frans, en soms zelfs zonder accent. Dat hangt van het onderwerp af, en van het gezelschap. Het beste gaat het bij vrienden, aan de dis, en na een paar wijntjes. Nu hoorde ik mezelf fout op fout stapelen. Gênant. De stagiaire, een meisje van een jaar of vijfentwintig, keek me niet-begrijpend aan en maakte zich zichtbaar zorgen over haar beroepskeuze. Ik rommelde verder in het Frans. De huisarts was begonnen er af een toe een engels woord tussen te gooien. Het maakte de communicatie er niet beter op. Ik hoorde hoe mijn accent steeds Hollandser werd. Nog geen ‘mussjieuj’ maar het begon er aardig op te lijken. Gelukkig schoot me nog het franse woord voor ‘spuit’ te binnen. En die kreeg ik ook. Plus een halve kilo medicijnen. Zodat ik voorlopig even uit de buurt blijf en niemand mijn gehakkel hoeft aan te horen.