Mijn grootste fan

Rubriek: BLOG | Geplaatst: 30-08-2014

Afgelopen week was ik in Nederland om mijn moeder te cremeren. Ze is 83 jaar oud geworden. Een mooie leeftijd. Zeker als je bedenkt dat ze tot anderhalf jaar geleden nooit ziek is geweest. Daarna begon de ellende. Valpartijen in huis, spieren die niet meer functioneerden, vocht achter de longen, gedoe. Vanaf kerstmis lag ze in het ziekenhuis of in het revalidatiecentrum waar ze probeerde overeind te krabbelen. Wat niet lukte. De artsen constateerden kanker, om precies te zijn: bijnierkanker, en dan in de meest agressieve vorm. Nog geen honderd Nederlanders per jaar krijgen het. Een behandeling bestaat niet. Mijn moeders levensverwachting werd geschat op ongeveer een jaar. Met een cocktail van gemene medicijnen kon het verblijf op aarde met een paar maanden worden gerekt. 'Ik ga door,' zei ze dapper tegen ons. Ook al wist ze dat ze van die medicijnen nog zieker zou worden. De klachten stapelden zich op. Ze verhuisde van Heerlen naar Veldhoven, naar een gespecialiseerd ziekenhuis. Lieve, deskundige artsen en verpleegkundigen deden er alles aan om haar laatste maanden zo aangenaam mogelijk te maken. Ze sliep de meeste tijd van de dag. Gelukkig had ze geen pijn. Ze moest alleen maar voortdurend hoesten en dat kostte haar steeds meer kracht. Voor bezoek was ze maar kort aanspreekbaar. Daarna was ze moe, doodmoe. Ondertussen nam ze afscheid van buren en familie, dankte iedereen voor de goede zorgen van de laatste maanden en verdeelde haar spullen onder de kinderen. ‘Van mij mag de stekker eruit,’ zei ze tijdens het laatste telefoongesprek dat we voerden. ‘Het ga je goed, jochie.’ We namen afscheid van elkaar. Een dag later was ze dood.
Mijn moeder was mijn grootste fan. Wanneer er een nieuw boek uitkwam, sprong ze op haar elektrische fiets om te controleren of ik in de lokale boekhandel lag. Was dat niet zo, dan sprak ze de eigenaar daar streng op aan en zei dat het een schande was dat een Heerlense boekhandel geen boek van deze Heerlense top-auteur had. Na het behalen van De Gouden Strop had ze een ijzersterk argument om de confrontatie met de boekhandelaar aan te gaan. Maar meestal was dat niet nodig. ‘Er ligt een hele stapel,’ zei ze dan tevreden, ‘en ze worden nog steeds bij besteld.’ Voor een niet onbelangrijk deel van de omzet tekende mijn moeder. Familieleden, buren, bridgevriendinnen, iedereen kreeg voor zijn verjaardag een boek van Berg.
Toen ik 2 juni in Heerlen een lezing gaf, wilde ze er per se bij zijn. Mijn broertje haalde haar op uit het revalidatiecentrum. Het was haar laatste uitstapje. Op de foto zit ze op de eerste rij, derde van links. Apetrots. En ik ben trots dat ze mijn moeder was. Bedankt voor alles, ma.