Niets weggooien

Rubriek: BLOG | Geplaatst: 06-10-2015

Sinds ik op het Franse platteland woon, doe ik als de Fransen en gooi ik niets meer weg. Een kapotte motorzeis, een schop met een gescheurd blad, een stofzuiger die niet meer zuigt, een kruiwagen zonder wiel… het lijken nutteloze dingen, toch is er vast nog een boutje of schroefje te vinden dat me ooit van dienst kan zijn. Schuren heb ik genoeg. Dus… niets weggooien.
Daar ben ik heel goed in. Dingen verzamelen. Als documentairemaker voor de omroep deed ik niets anders. Vergaren. Lijstjes maken met namen en onderwerpen voor nieuwe programma’s, mappen aanleggen vol knipsels. Een documentairemaker heeft altijd iets op de plank liggen.
Met schrijven, zo heb ik geconstateerd, is het precies hetzelfde. Verzamelen, sparen, oppotten en vooral niks weggooien. Niet alles waar je aan begint, wordt een boek. Soms valt het verhaal na een paar bladzijden al stil. Het idee deugt niet. Of misschien deugt het idee wel, maar is het nog niet goed genoeg doordacht. De tekst komt niet uit de verf. De karakters blijven vlak en leeg. Je zit voor je computer en de vonk wil maar niet overslaan. In plaats van in een depressie te schieten weet ik inmiddels dat het geen zin heeft verder te ploeteren. Eerst maar eens een flinke wandeling maken met de hond of met vrienden een goed glas drinken. De zinnen verzetten, proberen te ontspannen, het manuscript even laten liggen. Misschien landt er een engeltje op je schouder dat je een briljant idee influistert. En als dat niet gebeurt. Tja, dan is het beter het verhaal voor nu te vergeten en aan iets anders te werken.
Maar niets weggooien.
Vier jaar geleden begon ik aan een thriller. Vertrekpunt was een beeld dat al een tijdlang door mijn hoofd spookte en me niet meer losliet. Een vrouw rijdt ’s avonds van haar werk naar huis. Haar man is ook op weg naar huis. De vrouw is eerder thuis. Een afgelegen huis op een heuvel, ergens in the middle of nowhere in Frankrijk. Vlak voor de oprit ligt een meisje op de weg. De vrouw weet ternauwernood op tijd te stoppen. De man arriveert.
En dan?
Hoe het verhaal verderging wist ik nog niet, maar ik vond het beeld fascinerend. Het meisje op de weg, de twee auto’s achter elkaar, het licht van de koplampen, mistflarden, winter, geen mens in de buurt. Mijn fantasie sloeg meteen op hol. Wie is die vrouw, wie is die man, waarom wonen ze zo afgelegen, zijn ze getrouwd of niet? En… wie is dat meisje en waarom ligt ze die avond op de weg? Is ze dood of gewond of is er iets anders aan de hand?
Genoeg stof om te beginnen met schrijven. Ik ben zo’n schrijver die niet alles van tevoren uittekent en zijn werkkamer vol schema’s heeft hangen. Schrijven moet een avontuur zijn. Ik weet ongeveer wat ik de volgende dag moet schrijven, maar hoe het verhaal daarna verdergaat daarover heb ik vaak nog geen idee. De meeste invallen krijg ik tijdens het schrijven. Het verhaal eist een scènewisseling of een ander personage of er moet nu iets dramatisch gebeuren, een uitslaande brand of een aanslag op de hoofdpersoon. Zo schrijf ik vrolijk verder terwijl ik me ondertussen steeds meer zorgen maak hoe ik al die lijntjes aan het eind weer aan elkaar moet knopen. De laatste maanden van het schrijven bestaan dan ook uit slapeloze nachten en kleinere en grotere paniekaanvallen. Natuurlijk heb ik nagedacht over het slot van het boek. Voor de finale liggen vaak een hoop verschillende scenario’s klaar. Of helemaal niets. Ik vind het prettig zolang mogelijk alle opties open te houden. Zo schrijf ik. Ik kan niet anders.
Het is een methode die ik niemand aanraad. De kans om vast te lopen is groot. Zo ging het ook met het meisje op de weg. Na 30.000 woorden voelde ik hoe het boek langzaam weggleed. Het verhaal kwam maar niet van de grond. Het vertelperspectief werkte niet. En spannend was het ook al niet. Ik schreef een van de testosteron stuiterende proloog en dacht even dat ik daarmee het boek kon redden. Maar nee, het bleef ruk. Mijn enthousiasme voor het project daalde tot onder het vriespunt. Even overwoog ik uit pure frustratie alles te deleten. Maar dat deed ik uiteindelijk toch maar niet. Blijkbaar was dit niet het moment voor het meisje op de weg.
Ik legde het boek terzijde en begon aan iets nieuws. In de la lag nog een idee voor een vierde Chantal: Nacht in Parijs. Nooit spijt van gehad. Daarna vroeg een ander idee dat al een tijd sluimerde om een boek. Dat werd Heller.
En toen was er weer ruimte in mijn hoofd. Verschillende ideeën vochten om aandacht. Ook het meisje op de weg. Ik vond het beginbeeld nog steeds fascinerend, maar de proloog was te bespottelijk voor woorden. Dus weg ermee. Ik vond een oplossing voor het haperende vertelperspectief en zag opeens een beeld voor me voor de finale van het boek. Het project kreeg handen en voeten. Eindelijk wist ik waar ik naartoe wilde schrijven. Ideeën voor andere boeken konden worden opgeborgen. Vanaf nu concentreerde ik me volledig op het meisje op de weg. Ik mailde de uitgever dat hij een nieuw boek kon verwachten. Samen stelden we de titel vast: Het meisje op de weg. Dat het woord meisje in bijna iedere nieuwe thrillertitel opdook, soit, dit was de beste titel. Er werd een deadline vastgesteld. Oktober. Of ik dat ging redden? Natuurlijk; Het boek was al voor de helft geschreven. Weliswaar waren er nog een hoop losse draadjes en lijntjes, maar daar zou ik ongetwijfeld een oplossing voor bedenken. Er moest een cover komen. De vormgever stuurde verschillende voorstellen. Iets met koplampen, iets met asfalt, iets met een meisje op de weg. Het was het allemaal niet. Te letterlijk, te plat. We zochten een Frans beeld. Uiteindelijk speelde het boek zich daar grotendeels af. Op internet vond ik een panoramafoto van de Pont Saint-Étienne in Limoges by night. Het beeld was spannend, sfeervol en uitnodigend. De brug speelde al een rolletje in het verhaal, maar ik schreef er nog een paar stukjes bij. Door de foto ontdekte ik iets dat ik hier niet kan vermelden, maar dat ervoor zorgde dat het laatste puzzelstukje van het verhaal op zijn plek viel. Sommige problemen lossen zich vanzelf op. En zo kon ik het boek na vier jaar eindelijk voltooien. Een hele opluchting. Het hoofd is weer vrij. Op naar iets nieuws!