Op reis

Rubriek: BLOG | Geplaatst: 30-10-2012

Al weken kan ik amper slapen. Niet van een nieuw boek, maar van de vraag die voortdurend door mijn kop spookt. Hoe krijgen we onze vier half wilde poezen ‘s ochtends op hetzelfde moment bij elkaar en – nog veel belangrijker – hoe stoppen we ze vervolgens in hun reismandjes?
We gaan op reis. Vier maanden. Een hele winter lang. Het vooruitzicht is opwindend. Ook al zijn we behoorlijk zenuwachtig omdat we al acht jaar niet meer langer dan een paar dagen met z’n tweeën van huis zijn geweest. Vanwege de beesten moest er altijd iemand thuis blijven. Dat klinkt misschien behoorlijk soft, maar zo zijn we. Een dier neem je niet zomaar.
Na veel gezoek op internet en na bemiddeling van vrienden hebben we in Zuid-Frankrijk een gemeubileerd huurhuis gevonden waar huisdieren welkom zijn. Voor de zekerheid heb ik het wel tweemaal gevraagd. Of vier poezen en een hond geen bezwaar zijn? Nee, luidde het antwoord. De beesten waren van harte welkom.
Overmorgen is de grote dag. Het vertrek. De hond vormt geen probleem. Zolang ze maar bij haar mensen is, vindt ze alles best. Het zijn de poezen die ons zorgen baren. Als voorbereiding op het vertrek hebben ze al een maand lang ‘s avonds niets meer te eten gekregen, in de hoop dat ze zich de volgende dag uitgehongerd melden. Het werkt. Ik hoef de achterdeur van het huis ’s ochtends maar te openen, of ze stormen met z’n vieren naar binnen. Honger!
De volgende hobbel zijn de reismandjes. Sinds het castratie/sterilisatiebezoek aan de dierenarts hebben ze er niet meer in gezeten. Besmet gebied. Eng. Om de poezen te laten wennen, hebben we de reismandjes een week geleden in de keuken gezet. Om het helemaal aantrekkelijk te maken gooien we er voortdurend brekkies in. De poezen vinden het prima. Inmiddels zijn de mandjes hun nieuwe favoriete slaapplek geworden en verdommen ze het om ‘s nachts naar buiten te gaan.
Ondertussen zie ik de poezen met de dag groeien. Ze eten zich suf. Misschien uit zenuwen omdat wij zo raar doen, in ieder geval stoppen ze zich vol, alsof ze de rest van de winter niets meer te eten zullen krijgen. Twee reismanden voor vier steeds dikkere katten. Heb je het ene probleem opgelost, dient het volgende zich alweer aan. Ik ga een derde reismand kopen. En desnoods een vierde.
Maar één ding staat vast: overmorgen vertrekken we.