Telefoon

Rubriek: BLOG | Geplaatst: 18-03-2013

Verleden week kocht ik een telefoon. Bij Leclerc. Behalve een supermarkt hebben ze ook een uitgebreide media-afdeling. Boeken, cd’s, dvd’s, audio- en videoapparatuur. En telefoons.
Nu ben ik op het gebied van mobiele telefoons een absolute nul. Ik heb een prepaid Nederlands toestel waarvan het beltegoed bijna op is, maar ik ben te dom om het vanuit Frankrijk op te waarderen. Ik ben sowieso nogal onhandig met mobieltjes. In mijn leven heb ik nog geen 5 sms-jes verstuurd. Iets wat niemand wil geloven, maar het is de waarheid. Voor mij geen smartphone met blue tooth en hoe die dingen allemaal mogen heten. Ik hoef ook niet voortdurend bereikbaar te zijn of mijn mail te kunnen lezen. Liever niet zelfs. Ik heb thuis een rood telefoontoestel met een ouderwets snoer dat ergens de muur in gaat en een abonnement waarmee ik onbeperkt naar Nederland en de rest van de wereld kan bellen. Ik wil alleen een mobieltje voor noodgevallen. Over tien dagen moeten we een eind reizen en dan weet je maar nooit.

En zo stond ik voor de vitrine van Leclerc om een mobieltje uit te zoeken. Een prepaid. Het meisje achter de vitrine lachte me toe. Een mooi meisje van een jaar of twintig met lang donker haar en kuiltjes in haar wangen. Ik legde uit dat ik een toestel zocht voor noodgevallen. Ze raadde me de Nokia 100 aan. Vergeleken met de andere toestellen in de vitrine oogde de Nokia 100 redelijk overzichtelijk. Alleen toetsen voor de cijfers. Geen andere toeters en bellen. Precies wat ik zocht. En dat voor vijfentwintig euro. Zonder beltegoed. Ik ben nog net zo technisch onderlegd dat ik begrijp dat een prepaidtoestel eerst moest worden opgewaardeerd voordat ermee gebeld kon worden. Kunt u mij straks misschien helpen met het beltegoed? vroeg ik. Ze keek me ongelovig aan. Rekent u eerst maar aan de kassa af, zei ze met een charmant lachje.

Ik liep naar de kassa en rekende af. Een Nokia plus een beltegoed van vijfendertig euro. Maar, zo zei ik voor ik mijn creditcard door het gleufje haalde, dan zou ik het wel op prijs stellen als iemand me even zou helpen om het te installeren. De cassière keek me al net zo ongelovig aan als de verkoopster. Ik ben een beetje dom, zei ik, en bovendien zijn alle aanwijzingen in het Frans en ik ben buitenlander. Ik trok het gezicht waarvan ik weet dat verkoopsters uiteindelijk door de knieën gaan. Eerlijk gezegd ben ik gewoon te lui om de handleiding door te pluizen. Tevens ben ik van mening dat supermarkten iets aan service kunnen doen. Dat zei ik natuurlijk allemaal niet. In plaats daarvan gooide ik er nog een s’il vous plaît tegenaan en keek de cassière diep in haar ogen.
Natuurlijk meneer, zei ze, en stuurde me terug naar het meisje met de kuiltjes in haar wangen waar ik de Nokia had uitgezocht.

Uw collega zei dat u mij kon helpen, begon ik. O ja? Ze wierp de cassière een smerige blik toe en zei vervolgens: geeft u het toestel maar. Vous êts très gentille, zei ik en keek hoe ze ruw de achterkant van het toestel opentrok en de simkaart erin pleurde. Vervolgens gaf ze me het toestel terug en wees me het nummer dat ik moest bellen om het beltegoed binnen te halen. Nu ben ik nooit te beroerd om iets te leren. Uiteindelijk moet je alles zelfstandig kunnen doen. Ik vind het alleen prettig als iemand het me de eerste keer voordoet. Maar goed, dacht ik, niet meteen klagen, eerst zelf proberen.

Ik toetste de cijfers in en kreeg verbinding. Een fluisterende Franse damesstem met op de achtergrond een muziekje. Kan het geluid misschien harder? vroeg ik het meisje beleefd. Ze keek me vernietigend aan, nam snuivend het toestel aan en drukte op een knop. Hier, zei ze, probeert u het nog eens. Het geluid bleef onveranderd zacht. Ik hoor het niet goed, zei ik tegen het meisje. Wilt u het misschien zelf proberen? Ik ontving een dodelijke blik. Vervolgens leek ze in te zien dat ze me het snelst kon lozen door me te helpen. Ze hield het toestel aan haar oor en snoof nog ongeduldiger. Aan haar gezicht zag ik dat ze ook niets verstond. Ze begon op knopjes te drukken en de eerste merde’s vlogen al over de toonbank. Het meisje werd er niet mooier op. Zo ziet ze er over twintig jaar uit, stelde ik me voor. Ik dacht aan haar vriend – als ze al een vriend had – en of ik die misschien moest waarschuwen.

Klaar! Ze had het beltegoed binnengehaald en kletste de Nokia 100 op de toonbank . En nu oprotten, zag ik haar denken.
Inmiddels had ik de begeleidende papieren doorgenomen, op zoek naar een nummer, maar ik had niets kunnen vinden. Wat is mijn nummer? vroeg ik. Ze wierp een woeste blik op haar horloge. Dat krijgt u over een halfuur automatisch te horen, antwoordde ze terwijl de stoom bijna uit haar oren kwam. Nou geloof ik niet zo in automatisch. En als iets automatisch werkt, werkt het meestal niet automatisch bij mij. Ik wil het nu graag weten, zei ik zo beleefd als maar mogelijk. Zou dat kunnen?

Opnieuw die dodelijke blik. Ze trok het toetsenbord van een computer naar zich toe en begon driftig te tikken. Haat spatte van haar gezicht. De kuiltjes in haar wangen lagen inmiddels onder twee vuurrode blossen. Te horen aan haar steeds hardere snuiven was de verbinding nogal traag. Merde, klonk het weer. Vous êtes vraiment très gentille, zei ik nog maar eens. En u bent een lul, zag ik haar denken. Terwijl ze verder ging met het ranselen van het toetsenbord, werd ze nog roder. Nog even en ze zou me over de toonbank trekken en mijn keel dichtknijpen. Nederlandse thrillerauteur vermoord in Franse supermarkt. Ik zag de kop al voor me. Ik overwoog de consequenties. Een berichtje op het journaal en mijn boeken zouden de bestsellerlijsten bestormen en ook in het Frans worden vertaald. Het was een optie.

Zo! Ik schrok van haar stem. Nog even en ze ging gillen. Behalve een rood gezicht had ze nu ook een rode hals. Woest sloeg ze op een toets waarop een formulier uit de printer rolde. Beter gezegd: er rolden zo’n twintig aan elkaar vastgeplakte blaadjes uit de printer die ze een voor een van elkaar moest pulken.

Hier! Ze schoof me het formulier toe. Ik zag een 06-nummer staan en zei nog iets vriendelijks in het Frans. Ze was al weg. Naar het toilet. Of naar haar chef om overplaatsing te eisen.

Ik reikte over de toonbank, zocht onder de in woede afgescheurde printervellen naar mijn Nokia 100 en verliet Leclerc. Op de parkeerplaats belde ik mijn vrouw. Ik heb een telefoon gekocht, zei ik. Voor noodgevallen. Wat goed, reageerde ze. En wat goed dat ie het meteen doet. Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?