Twitter en zo

Rubriek: BLOG | Geplaatst: 15-05-2012

Ik was altijd een fel tegenstander van sociale media. Daar zou ik nooit aan meedoen, nam ik me voor. Een schijnwereld vol oppervlakkig geneuzel en digitale ijdeltuiterij. Het kan verkeren. Ik zit precies een jaar op Twitter en sinds een halfjaar heb ik zelfs een Facebookaccount. Mijn vrouw heeft altijd gedreigd mij te verlaten als ik aan die onzin meedeed, maar ze is er nog steeds. Ze begrijpt ook dat ik als ‘buitenlandse’ auteur een beetje contact met het vaderland wil houden en af en toe op de trom wil slaan.
Want zo begon het. Twitteren als een pr-dingetje. Mijn uitgever had een jonge dynamische dame aangetrokken die alle auteurs aan de sociale media moest zien te krijgen. Voor haar was er een andere jonge dynamische dame geweest die al wat pogingen in mijn richting had ondernomen, maar het inmiddels had opgegeven. ‘Berg kun je vergeten’, zei ze tegen haar opvolgster. ‘Die wil toch niet.’
Binnen een maand was ik om. Waarom? Omdat die nieuwe dame een aardige stem had en aan de telefoon langer de tijd nam. En ook omdat ze een paar dingen zei die me wel aanspraken. Bijvoorbeeld dat je vooral niet op Twitter moest roepen dat mensen je boek moesten kopen. Dat moesten andere mensen maar roepen. Of niet. Je ging op Twitter om een mening te verkondigen, op iets te reageren of Рgewoon Рte vertellen wat je op dat moment uitspookte. Twitter, zo begreep ik, was een communicatiekanaal, een priv̩ 140 tekens tekststation, een soort omroepje.
Nu ben ik een expert op het gebied van omroepen, dus ik werd meteen enthousiast. Ik vroeg haar om alles in beweging te zetten. Na een uur had ik een eigen account en aan het eind van de dag had ik zelfs twintig volgers. Een paar bekenden, maar ook mensen waar ik nooit van gehoord had. Ik vond het leuk om iedere dag een gedachte de wereld in te zenden. Iets over het dorp waar ik woon, iets wat ik op de buis had gezien of iets over Nederland. Er kwamen reacties. Van bekenden, maar ook van vreemden. Met sommigen ontstond een contact dat zo aardig was dat we besloten om mailadressen uit te wisselen. Er werd gebeld, informatie uitgewisseld, er vormde zich een netwerk dat ik zonder Twitter nooit van de grond had gekregen. Leuk. Maar ook verslavend. De aandrang om iedere dag een paar keer te kijken wie er nu weer online is, is groot. Tijdens het schrijven gaat internet uit. Geen afleiding. Met Twitter heb je het gevoel dat je met z’n allen in een café zit waar voortdurend iets wordt geroepen. Veel onzin, soms regelrechte dronkenmanspraat, maar net zo vaak komt er iets interessants voorbij. Een link naar een artikel of een televisieprogramma dat je hebt gemist. Of het laatste nieuws. Twitter is razendsnel, veel sneller dan de reguliere media. Daarom is het ook zo verslavend. Alsof je voortdurend online moet zitten om maar niets te missen.
De stap naar Facebook was niet meer dan logisch. Mijn vrouw keek me fronsend aan. Of ik wel wist dat mijn persoonlijke gegevens nu op straat lagen en of ik de beurswaarde van het bedrijf nog verder omhoog wilde jagen? Ik deed het toch. Uit nieuwsgierigheid. En ook omdat het wel heel raar is als je de hoofdpersoon van je boek op Facebook actief laat zijn terwijl je er zelf geen snars van begrijpt.
Facebook bleek een fantastische zoekmachine om oude bekenden op te sporen. Klasgenoten, oud-collega’s. Verder had ik binnen een mum van tijd meer dan honderd vrienden, waaronder opvallend veel auteurs. Auteurs op Facebook zijn, zo bleek, immers opvallend sociaal naar elkaar toe. Iedereen is vriend van elkaar. Of men elkaars boeken wil lezen is een andere vraag. En zo ontstond een tweede netwerk. Met mensen van vroeger, met lezers en met nog meer schrijvers.
Met vriendschap heeft het natuurlijk niets te maken. Het zijn kennissen met wie informatie wordt gedeeld. Het liefst positieve informatie, want sociale media zijn er niet om te zeuren. Iedereen kijkt stralend in de camera. En wie geen zin heeft om te stralen of er die dag een beetje raar uitziet, zet zijn kat op de kiek. Als ik een foto maak, schijnt altijd de zon. Niemand hoeft te weten dat het in Frankrijk al vijf weken regent. Schrijvers laten vrolijk weten hoeveel woorden ze er die dag weer hebben uitgepoept. Tweeduizend, drieduizend. Niemand heeft last van een writersblock. Een Bacardi-achtige wereld. Ik had me altijd voorgenomen daar niet te verkeren. Mag je van mening veranderen? Natuurlijk. Er gebeuren in de wereld al genoeg nare dingen. Waarom zou je je niet mogen laven aan die stroom van vrolijke, positieve energie?
Binnenkort ga ik naar Nederland. In Amsterdam wordt een feestje gegeven voor schrijvers en lezers. Ik vermoed dat er zeker zo’n tweehonderd virtuele vrienden van me rondlopen. Mensen die ik in het echt nog nooit heb gezien of gesproken. Reuze benieuwd hoe het zal zijn. Eigenlijk kan het alleen maar tegenvallen.