Warm genoeg?

Rubriek: BLOG | Geplaatst: 31-01-2012

Kunnen dingen een leven veranderen? Ja, dat kan. In mijn geval was het een kachel. Niet zomaar een kachel. We hebben het hier wel over de Morsø 1126, de Rolls Royce onder de houtkachels, de crème de la crème onder de allesbranders, een loodzwaar gietijzeren wonder van design vervaardigd door de Koninklijke Deense Kachelfabrikant Morsø. Een van de meest economische kachels ter wereld. Met een beetje hout krijg je een huis van honderdvijftig vierkante meter in een mum van tijd warm. Precies wat we zochten.
Het was de winter van 2003 – 2004. Onze Franse boerderij die tot nu toe dienst had gedaan als vakantiewoning zou ons domicilie worden. Weg uit Nederland. Verhuizen. Mijn vrouw was daar heel stellig in. Ik stribbelde nog een beetje tegen. Ik had een goed betaalde baan en de verantwoordelijkheid voor een radiostation met een hoop medewerkers die ik niet alleen kon laten. Natuurlijk bleef ik dit werk niet tot de rest van mijn leven doen, maar konden we de verhuizing niet nog een jaartje of een, twee uitstellen zodat ik mijn pensioen nog een beetje kon aanvullen? Nee, zei mijn vrouw. Het was nu of nooit. Wilde ik niet de tijd hebben om eindelijk een boek schrijven? Ja? Nou, dan is dit je kans. Maar de winters dan? wierp ik tegen. Onze boerderij ligt op 500 meter hoogte. Januari en februari in Midden-Frankrijk kunnen gemeen koud zijn. Het oeroude Rosières houtfornuis dat de vorige bewoner had achtergelaten kierde aan alle kanten, waardoor kostbare warmte verloren ging. Ik herinnerde me een kerst waarin het in de slaapkamer bijna vroor en de temperatuur in de keuken niet boven de twaalf graden wilde uitkomen. Ik stelde me voor hoe ik met verkleumde vingers een boek probeerde te schrijven. Als we hier echt gingen wonen, moest er wel een super-kachel komen waardoor we de winters zouden kunnen overleven. De Morsø 1126 dus. Mijn vrouw en ik maakten een serieuze afspraak met elkaar. Als de Morsø het huis kon opwarmen, zou ik mijn baan opgeven en zouden we verhuizen.
En zo togen wij die winter voor een allesbeslissende vakantie van drie weken naar Frankrijk om ons meteen, op de eerste dag, te melden bij de kachelspecialist in het dichtstbijzijnde stadje. Of hij ook de Morsø 1126 kon leveren? Natuurlijk, antwoordde de man alsof niets vanzelfsprekender was. Het magazijn in Parijs en Lyon had het model op voorraad. Over een paar dagen kwam er een vrachtauto onze kant op en zou de kachel worden geïnstalleerd. Even geduld dus.
De eerste week van de vakantie ging voorbij zonder nieuws van het kachelfront. In de tweede week begon mijn vrouw subtiele druk uit te oefenen op de leverancier. Waar bleef onze Morsø 1126? Was de chauffeur van de vrachtauto soms ergens de weg kwijtgeraakt? De kachelspecialist verzekerde ons dat alles goed zou komen. Mijn vrouw was er niet gerust op. De laatste week van onze vakantie brak aan. Het was koud. Geen vrieskou, maar aangenaam was anders. Het Rosières-houtfornuis kierde ouderwets. In de keuken was het rond de zestien graden. In de andere vertrekken nog minder. Demonstratief liep ik me drie truien rond en liet niet na te benadrukken dat het ‘best fris’ was. Mijn vrouw zei niets, maar broedde in stilte op de volgende stap. Ik zag haar denken. Straks zouden we afreizen zonder ultieme Morsø-proef, mij de gelegenheid gevend om de verhuizing naar Frankrijk weer een jaartje uitte stellen. De volgende dag bezochten we de kachelspecialist. Vastbesloten nam mijn vrouw de regie in handen. Eén telefoontje later wist ze waar in Frankrijk onze Morsø 1126 was gestrand. Vervolgens werd het transport geregeld. Daarna ging er weer van alles mis, maar twee dagen voor vertrek kregen we het verlossende bericht dat de kachel was gearriveerd. En nu installeren, gebood mijn vrouw. De kachelspecialist begon over zijn zwakke rug en over zieke medewerkers, maar dat het maandag vast zou lukken. Niks maandag, riep mijn vrouw. Nu. Er werd een compromis gesloten. Zaterdag.
Die dag verschenen er twee mannetjes die het Rosières-fornuis dat we daags daarvoor hadden laten uitbranden weghaalden en vervolgens de Morsø 1126 installeerden. De temperatuur in de keuken was inmiddels gedaald tot een graad of acht. Terwijl de mannetjes na hun installatieklus aan de pastis gingen, was mijn vrouw al druk in de weer met hout en krantenpapier. Langzaam stoken, riep een van de mannetjes nog. Als de kachel te snel te warm wordt, kan het binnenwerk scheuren en dat valt niet binnen de garantie. Leest u de voorwaarden er maar op na. De waarschuwing was gericht tegen dovenmansoren. De mannetjes hadden hun kont nog niet gekeerd, of mijn vrouw begon pas echt goed te stoken. De luchttoevoerventielen helemaal open. Met ieder uur steeg de temperatuur een graadje. Tegen de avond – de Morsø 1126 brulde – was het in de keuken drieëntwintig graden en in de belendende salon zelfs boven de twintig. Zo warm genoeg? informeerde ze fijntjes. Ik kon niet anders dan ja knikken terwijl ik ondertussen met een schuin oog de kachel in de gaten hield die ieder moment kon exploderen. Mijn drie truien had ik inmiddels uitgetrokken. Zelfs mijn rode wijn begon al aardig lauw te worden. Er was geen weg terug. Afspraak is afspraak. We gingen verhuizen.
Zodra we in Nederland waren, deden we ons huis in de verkoop. Een paar weken later (goede oude tijden!) was het verkocht. Ik zei mijn baan op. Die zomer verhuisden we naar Frankrijk. Inmiddels beleven we hier onze zevende winter. De Morsø 1126 brandt nog steeds. Als een tierelier.